Driehonderd vijfenzestig

Het is volbracht.
Bijna dertien maanden.
Driehonderd vijfenzestig logjes.

Wanneer loggen in de weg staat aan mijn werk, stop ik ermee.
Dat heb ik al die tijd geroepen. Nu is het zover. Nu moet ik de daad bij het woord voegen. Omdat ik te vindbaar ben gebleken. Omdat ik nu niet meer in alle vrijheid kan schrijven waarover ik wil schrijven. En omdat ik mijn werk te leuk vind en dat graag wil blijven doen.

Driehonderd vijfenzestig logjes las u mee.
Bijna dertien maanden reageerde u meelevend.
Maar aan alles komt een eind. Alles is eindig.
Het is volbracht.

Dank u wel. U bent een geweldig publiek.

15 July 2006
By on 12:33
Immuun voor Johnny en Keira

Ze zei ook wel erg snel ‘ja’ toen ik het voorstelde.
Want welke vrouw kan daar nou weerstand aan bieden?
Johnny Depp en Orlando Bloom samen in één film.

Ik had verwacht dat ik haar toch minstens twee keer, namelijk op de heen- en op de terugweg, van de filmposter los moest peuteren, maar dat viel gelukkig mee. Waarschijnlijk omdat die poster al was geclaimd door drie blonde tienermeisjes die verlekkerd naar hun idolen keken.

Voor de mannen in het publiek stond Keira Knightley ook nog op de poster. Dat zou mij normaal gesproken weinig doen, maar nu zéker niet. Tien dagen zonder háár, zij die mijn hart veroverde, maakt me volstrekt immuun voor al het andere vrouwelijk schoon.

"Maar ik moet eenentwintig dagen zonder hém," vertelde ze in de pauze.
Ik glimlachte, mijn ogen vol begrip. Ook zij was immuun. Net als ik.
Niks Orlando Bloom, Keira Knightley of Johnny Depp.
We wilden gewoon heel graag weer eens met elkáár naar de film.

14 July 2006
By on 07:19
Ode in de herkansing

Vorige week schreef ik een ode die u geen ode vond (zie klik). Zelfs niet toen ik achteraf zo heel stiekem een regeltje toevoegde. Wat in mijn ogen een ode aan de vrouwelijke c-cup was, bleef in uw ogen een beschrijving van een vraag waar geen antwoord op kwam. Sterker, u dacht dat de echte ode nog zou komen. Dat het slechts een voorbode was.

Het verbaasde me, omdat ik dacht dat mijn gevoelens over de c-cup wel besloten lagen in het gebruik van het woord ‘ode’. Het verbaasde me echter niet, omdat ik van mezelf weet, dat ik niet zo snel expliciet over dit soort onderwerpen schrijf. Dat is nieuw voor mij. Ik ben immers van de subtiele romantiek, de zijdelingse beschrijvingen en de mooie metaforen.
Dat lukt niet altijd, okay, maar ik probeer het wel.
Toen ik voor het eerst expliciet over borsten schreef, was u daardoor zelfs ronduit geschokt. Door mijn verhalen had u een beeld van me gekregen en een anekdote over borsten paste daar totaal niet bij. Vorige week ging dat dus weer precies zo. In gedachten zie ik hoe u nog steeds bezig bent met het bijstellen van het beeld.

En ik? Ook ik ben aan het bijstellen.
Want als ik de ode aan de c-cup wil schrijven, kan ik dus niet volstaan met vage bewoordingen en indirecte beschrijvingen. Als ik iets van uw reacties heb geleerd, is dat het wel. Een ode aan de c-cup vereist duidelijke woorden, klare taal.
In een ode aan de c-cup moet ik vertellen hoe lekker ze in de hand liggen. Hoe mooi de curve is als zij op haar schouders achterover leunt. Hoe zacht de huid aanvoelt. Hoe spannend dat plekje ertussen is. Hoe geweldig rond ze zijn in die ene bh van haar. Hoe ondeugend het is als zij ze in de supermarkt een fractie van een seconde laat zien, alleen voor mij, uit het zicht van camera’s en het overige boodschappenvolk. En vooral hoe zoenbaar ze zijn.

Dat, dus. Zo ongeveer. Pas dan is het een ode aan de c-cup.
Ik laat u weten wanneer ik toe ben aan een dergelijk stukje.
Tot die tijd moet u het doen met subtiele romantiek, zijdelingse beschrijvingen en mooie metaforen.

13 July 2006
By on 09:20
Verjaardagspatroon in pi

Oh! zegt:
Ik was net Pi aan het kijken.
Hij zegt:
Dat is toch die film over een man die een patroon in π vindt?
Oh! zegt:
Juist. Volgens hem is alles herleidbaar tot getallen. En dus patronen.
Hij zegt:
Heb je al opgezocht waar in π zich jouw geboortedag bevindt?
Oh! zegt:
Eh, nee, ik ben nog steeds te druk met de relativiteitstheorie.
Hij zegt:
Ik meen het serieus. Je hebt een site waar je dat kunt opzoeken.
Oh! zegt:
Dat verbaast me niets.
Oh! zegt:
Je hebt vast ook sites waar je kunt opzoeken welke dag het is.
Hij zegt:
Neem de dag, de maand en het volledig jaartal, dan krijg je acht cijfers.
Hij zegt:
Jouw geboortedag vind je terug op positie 94.822.519 na de komma.
Oh! zegt:
Mooi. Zonder die informatie had ik niet rustig kunnen slapen.
Hij zegt:
Kom, niet zo cynisch. Het is echt een leuke site.
Hij zegt:
Misschien is het wel een logje waard?

Kortom, op welke positie na de komma vindt u uw geboortedag in π?
Neem een kijkje op deze klik, want stiekem ben ik best benieuwd.

12 July 2006
By on 09:03
Naïef of menselijk?

Een jaar lang loggen, dat heeft me veel opgeleverd. Maar het heeft me ook één vriendschap gekost, nauwelijks een maand nadat ik mijn eerste stukje schreef. Toegegeven, het was een vriendschap waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum was verlopen. Een vriendschap die niet méér als basis had dan ‘we kennen elkaar van vroeger’. Niettemin was het een vriendschap die me al die jaren zeer dierbaar was geweest.

Een jaar geleden sprak ik haar voor het laatst. Ik wist dat het de laatste keer zou zijn. Die spanning was de hele avond voelbaar. Statische elektriciteit.
Ze spaarde me, toen ik voor het laatst naast haar zat. Ze wilde me niet meteen met alle feiten confronteren en bewaarde de details voor een later mailtje. Wat mij betreft, had dat niet gehoeven. Voor mij was het duidelijk. Het logje waarin ik haar zonder naam en zo goed als onherkenbaar als een bijpersonage opvoerde, was slechts de druppel. De vriendschap was allang geen vriendschap meer, hoewel ik dat pas die avond echt besefte.

Een jaar later mis ik haar wel, maar ook weer niet.
Zij was mijn laatste vriendin van vroeger. De vriendschappen die ik sindsdien heb gesloten, zijn heel anders van karakter, gebaseerd op meer dan een gedeelde geschiedenis. Ik voel me verrijkt en daar ben ik gelukkig mee. Maar toch, als ik nu haar laatste mailtje doorlees, als ik al die harde woorden zie waarmee zij een punt achter óns zette, dan steekt het. Het maakt me nieuwsgierig naar haar, naar hoe het nu zou gaan.

Wat vindt u? Is dat naïef of gewoon menselijk?
En wanneer hebt u voor het laatst een punt achter een vriendschap gezet?

11 July 2006
By on 09:29
Boetedoening in de bus

Daar staan ze, daar bij de halte. Het is inmiddels een bekend tafereel. De twee mannen in witte overhemden stappen in, controleren iedereen op hun kaartje en stappen de volgende halte weer uit.
En ook nu weet ik, dat ik deze mannen wederom ga vragen hoe nuttig ze hun werk zelf nou vinden. Want dit is een streekbus, geen stadsbus. In een stadsbus kan iedereen zomaar bij elke ingang instappen en ja, daar zit nog wel eens een zwartrijder bij. Maar in een streekbus? Daar komt niemand binnen zonder dat de chauffeur heeft gestempeld of een abonnement heeft gezien.
Het controleren van kaartjes in een streekbus lijkt me dus grote onzin. Verspilling van tijd en arbeid. Terwijl de beide mannen hun werk uiterst serieus nemen, hun gezicht telkens strak in de plooi. En ik? Ik heb me al een paar maanden geleden voorgenomen dat ik deze mannen blijf vragen hoe nuttig een controle is in een bus waar iedereen langs de chauffeur moet.
Of zoals de meester in groep 7 ooit in mijn rapport schreef, zijn handschrift trillend van opgekropte frustratie, Oh! kan soms heel bijdehand zijn.

Ik heb mijn verhaal al klaar, maar één van de controleurs blijft lang staan bij de jongen en het meisje vóór me. Zijn collega schuifelt naar hem toe. Geen goed teken, denk ik. Maar waarom? Iedereen moet immers langs de chauffeur.
"Je mag niet met zijn tweeën op een roze strippenkaart als maar één van jullie een OV-kaart heeft," hoor ik de eerste man zeggen. "In de trein kun je met meer op één kortingskaart, maar in de bus kan dat niet. En dus moet ik je een boete uitschrijven."
Het meisje stribbelt even tegen. Ze mokt dat de chauffeur haar anders om een OV-kaart had moeten vragen en dat ze helemaal niet wist dat dit niet mocht en dat zij en haar vriend sowieso bijna nooit in het weekend met de bus gaan en dat ze het Utrechtse accent van de controleurs absoluut niet kan verstaan. Waarop de controleurs tegenwerpen, dat ze háár Brabantse accent ook niet kunnen verstaan, maar dat ze die boete toch mooi moet betalen.
Ik slik. Ja, op deze manier kan zwartrijden natuurlijk wel in een streekbus. Ik heb vaker gezien dat een chauffeur in het kader van haast niet zo nodig een OV-kaart wilde zien en het zo ook wel geloofde. Bewust of onbewust, zo kan het dus. Ik slik nog een keer.

De twee mannen komen op mij af.
Ik glimlach vriendelijk, laat mijn strippenkaart zien en houd mijn mond.
Nuttig werk, heren, zei ik bijna. Ga zo door.
Maar dat zou dan meer voor mezelf dan voor hen zijn geweest.

10 July 2006
By on 09:28
Ode in C-majeur

Veel hadden we niet geslapen, die nacht. Gepraat hadden we, ja, dat wel. En uitvoerig, ook. Over ons, over haar en over mij, over wat wel en wat niet kon. Het was een nacht waarin we elkaar onverwacht nog beter leerden kennen dan we voor mogelijk hadden gehouden.
Tegen de ochtend lagen we in elkaars armen. Ook dat was onverwacht, maar het liep zoals het liep en we hadden geleerd dat daartegen vechten geen zin had. De zon stond inmiddels aan de hemel. Het warme licht dat door het slaapkamerraam viel, kleurde de muren goudgroen. Het weerkaatste op haar gezicht. Ze leek een elfje uit een sprookje.

"Bevalt het?" vroeg ze opeens. Een druppel zweet liep langs haar neus.
Ik trok mijn wenkbrauwen op. Ik had geen idee wat ze bedoelde.
"Jij was toch altijd van die schattige A-cupjes (klik) gewend?"
Op dat moment werd ik me bewust van de plek waar mijn hand lag.
"Juist. En dat daar, dat is nou een C-cupje."
Ik voelde me een beetje in verlegenheid gebracht. Betrapt, zelfs.
"Kortom," herhaalde ze, "bevalt het?"
Ik krabbelde overeind en mompelde iets over hoe ik dat in een liggende positie niet zo goed kon vergelijken. Ze lachte haar brede glimlach, die lach die het licht in haar ogen naar voren brengt, en kwam naast me zitten.

Sindsdien ben ik bekeerd.

Twee maanden later zitten we naast elkaar op de bank.
Op televisie is allang niets meer. Buiten is het donker.
"Ik heb nog niets voor mijn log van aanstaande zaterdag," merk ik op.
Ze grijnst.
"Dan kun je eindelijk eens die ode aan de C-cupjes schrijven."

8 July 2006
By on 08:14
Vrij en in Venetië: afscheid

‘Vrij en in Venetië’ vertelt het verhaal over mijn vakantie in Venetië, de stad waar achter elke met bloemen versierde vensterbank een complete wereld schuilgaat. In die stijl biedt deze cyclus voor iedere dag van de vakantie een doorkijkje.
Dit is een verhaal in negen delen. Hoe het begon, leest u in deel 1 (klik), deel 2 (klik), deel 3 (klik), deel 4 (klik), deel 5 (klik), deel 6 (klik), deel 7 (klik) en deel 8 (klik).

Vrij en in Venetië, woensdag 14 juni

Vandaag is het zover. Vandaag verlaten we het prachtige Venetië en vliegen we terug naar Nederland. Volgens haar zus, die intussen twee dagen thuis is, wordt het land geteisterd door een hittegolf. Wat temperaturen betreft, zullen we dus weinig verschil merken. De huisjes, steegjes en pleintjes, daarentegen…
Haar vader en zijn vrouw hebben vannacht ook in het appartement geslapen. Ze wilden ons immers fatsoenlijk uitzwaaien. Voor ons betekende dat een nacht op een luchtbed, iets wat ik niet meer had gedaan sinds het brugklaskamp van de middelbare school. Toen een ramp, ik deed geen oog dicht, maar nu geen enkel probleem. Liefde overwint zelfs luchtbedden.

Vanochtend heeft de vrouw van haar vader me meegenomen naar de plaatselijke apotheek. De plekken op mijn voeten zijn uitgegroeid tot vuurrode bulten die mijn enkels het uiterlijk geven van massieve boomstammen. Terwijl zij in het Italiaans het woord deed, hield ik hinkelend mijn sok naar beneden. De twee apothekers krabden eens goed achter hun oren.
Zulke plekken hadden ze ook niet eerder gezien, zeiden ze.

In gedachten ging ik terug naar twee dagen geleden, toen we ‘s middags een duik namen in de baai van Venetië. Vanaf het steigertje aan het muggeneiland konden we op de boot klimmen en vanaf het trapje aan de boot konden we ons zó in het blauwgroene water laten zakken. Zij ging eerst, ik volgde.
Althans, ik deed een poging. Want brrr, dat water was nog best koud.
"Kom op, niet zo treuzelen," riep zij, druk bezig met de rugslag.
Centimeter voor centimeter liet ik me zakken. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe zij haar baantjes naar de steiger verderop zwom, hoe ze onder water dook, hoe ze op haar rug ronddobberde en hoe ze de schoolslag in de praktijk bracht. "Lukt het vandaag nog, denk je?" joelde ze met een brede grijns om haar lippen.
Uiteindelijk lukte het. Voor mijn gevoel duurde het een uur, maar uiteindelijk lukte het. Ik zwom. Voor het eerst sinds een jaar of vijftien zwom ik. En ja, ik vond het heerlijk. Het water van Venetië omarmde me en ik liet me drijven tot ik ook door háár werd omarmd.
"Geweldig," fluisterde ze, "eindelijk iemand die nog langer aan koud water moet wennen dan ik!"

De apothekers haalden me uit mijn gedachten met een tube zalf. Dat moest ik drie maal per dag op mijn enkels smeren, dan zou het vanzelf overgaan. In de bijsluiter las ik echter een ingrediënt dat verdacht veel leek op iets wat ik tijdens mijn ziekte slikte en hoewel de apothekers mijn huidige medicijnen herkenden en me vertelden dat het in orde was, wilde ik geen risico nemen. Morgen eerst naar mijn eigen huisarts, besloot ik.

En nu, nu is het moment van het vertrek daar. Op Piazzale Roma nemen we afscheid van haar vader en wachten we op de bus die ons naar het vliegveld in Treviso brengt. Ik zie een traantje in haar ooghoeken, veeg het weg en ga naast haar op de stoep zitten.
De rest van de dag gaat in een waas aan ons voorbij. Eenmaal op het vliegveld maak ik mijn beltegoed op door het maken van een afspraak met de huisarts en blokkeert zij per ongeluk haar eigen telefoon omdat ze haar pincode niet meer weet. In het vliegtuig hangen we tegen elkaar. We zijn moe, hebben stiekem nu al heimwee naar al dat moois. Zeker wanneer we onder ons steeds meer wolken zien. Het zou toch een hittegolf zijn in Nederland?
Op Schiphol is het zestien graden. Het regent. De eerste koele dag.
In de aankomsthal kleden we ons om.
En in de trein naar huis neem ik een foto van ons laatste Italiaanse flesje water tegen de grauwgrijze achtergrond van het Hollandse landschap. Wanneer kunnen we terug? Stapelverliefd en op vakantie in Venetië, een beter recept had ik niet kunnen bedenken.

7 July 2006
By on 06:48
Vijftien minuten roem

Ze heet Krista en ze is vannacht voor het eerst op televisie. De producenten van SBS6 hebben haar meteen maar voor de leeuwen gegooid en haar opgezadeld met een suf belspel, voor veel televisiemakers het dramatische hoogtepunt van een roemloze carrière.

Krista kijkt de camera in met een blik die twijfelt tussen gespeeld enthousiasme en totale ontreddering. Ze vraagt wanhopig waarom niemand belt. "Volgens mij is het niet moeilijk," probeert ze. "Dus waarom zou je niet bellen? Zitten er dan zo weinig mensen te kijken?"
Zou ze zijn vergeten dat het half drie ‘s nachts is? Het verbaast me niets als wij de enige twee Nederlanders zijn die op deze zender zijn blijven hangen. En dat bij gebrek aan afstandsbediening. Naar de televisie lopen en dat ding uitzetten? Nee, te veel moeite. En dus blijven we kijken. Een belspelletje op SBS6 is hetzelfde als een verkeersongeluk: vreselijk, maar stiekem toch fascinerend.
"Tegen wie héb ik het dan?" jammert Krista.
Ja, tegen ons, blijkbaar. Maar wij bellen niet.

Wat zie je in het park? Dat is de vraag waar Krista ons mee lastigvalt. Naast haar hangt een reusachtig bord waar meerdere antwoorden op verstopt zijn. Helaas is nog geen van de goede antwoorden gegeven.
Bomen, roept een halfdronken man uit Amsterdam. Fout.
Mensen, probeert iemand uit Groningen. Fout.
Eendjes, fluistert een jongen uit mijn woonplaats. Fout.
Uit morbide fascinatie gaan we de foute antwoorden opschrijven. Na een kwartier weten we, dat het gaat om een park zonder bomen, zonder gras, zonder mensen, zonder fietsen, zonder eenden, zonder honden, zonder vogels en zonder bankjes. Wat is dit voor een park? Twee vierkante kilometer beton met in het midden een olifant die confetti door zijn snuit blaast?
Zouden de producenten van SBS6 een geintje uithalen?

Krista is de wanhoop intussen ver voorbij. Ze grimast, giechelt, ze klinkt steeds heser en af en toe stampvoet ze wat. Wij kijken elkaar aan. Presentatoren van belspelletjes staan op de maatschappelijke ladder net onder figuranten in Goede Tijden, Slechte Tijden, maar voor Krista zijn nieuwe superlatieven nodig. Zo slecht hebben we het nog nooit gezien.
Blijkbaar komt men achter de schermen ook tot die conclusie.
Na tien minuten wordt Krista namelijk uit beeld geduwd door een blond meisje met samengeperste borsten. "Dank je wel, Krista," roept ze, "dat heb je goed gedaan voor een eerste keer! Ik neem het wel van je over!" Ze wiebelt met haar decolleté, stelt de vraag opnieuw en heeft binnen vijf minuten zes mannelijke bellers aan de lijn.

In gedachten zien we Krista huilend over het mediapark lopen. In het ergste geval is ze op zoek naar een hoge boom, maar oh nee, ook in dit park staan helemaal geen bomen.

6 July 2006
By on 09:03
Vrij en in Venetië: sprookjes en ongeluk

‘Vrij en in Venetië’ vertelt het verhaal over mijn vakantie in Venetië, de stad waar achter elke met bloemen versierde vensterbank een complete wereld schuilgaat. In die stijl biedt deze cyclus voor iedere dag van de vakantie een doorkijkje.
Dit is een verhaal in negen delen. Hoe het begon, leest u in deel 1 (klik), deel 2 (klik), deel 3 (klik), deel 4 (klik), deel 5 (klik), deel 6 (klik) en deel 7 (klik).

Vrij en in Venetië, dinsdag 13 juni

"In Griekenland is dinsdag de dertiende een ongeluksdag," vertelt ze me terwijl we van ons ijsje genieten. Inmiddels zijn we vaste klanten bij het kraampje dat volgens haar vader het beste ijs van Venetië heeft. We worden al herkend en van het meisje achter de toonbank krijgt zij de laatste dagen telkens een koekje als versiering erbij. Het meisje vroeg of we morgen weer langs zouden komen. We knikten. Ja, morgen weer.
Ongelukstekenen, daar hebben we ons tot nu toe weinig van aangetrokken. We stapten op zes-zes-zes in het vliegtuig en gisteren, zes dagen na zes-zes-zes, zagen we een bloedrode maan aan de hemel staan. We zaten met zijn tweeën op de vaporetto vanaf Mazzorbo toen ons oog rond de klok van half elf op de vlek aan de donkere hemel viel. Een bloedrode maan, was dat niet iets Bijbels? Een teken van de Apocalyps?

Vandaag, de laatste volle dag van onze vakantie, varen en wandelen we dat het een lieve lust is. Ongeluksdag of niet, wij laten ons niet tegenhouden.
We ontbijten in het parkje aan de Viale Garibaldi, waar de vogels zo gewend zijn aan mensen dat de musjes uit de hand eten. Vervolgens halen we aan de andere kant van het eiland alvast kaartjes voor morgen, wanneer we met de bus naar het vliegveld moeten. Tussendoor varen we nog een keer naar Lido, waar het meisje dat ons eerder met een kluitje in het riet stuurde nu gelukkig even niet zit. En we eindigen bij de Ponte di Rialto, waar we voor één keertje wel willen genieten van een avondje uit eten aan het water.
Voor vijftien euro eten we onze borden schoon leeg. Dat is geen geld voor zo’n prachtige locatie en anderhalf uur zwijmelen. Hoewel, anderhalf uur? Na een uur strijkt aan de tafel achter haar een kleuterklasje Amerikanen neer. Ze willen het liefst patat met hamburgers, roepen ze. Lang leve de Italiaanse keuken! Ach, wij kunnen erom lachen. Vooral om de oudere man, de leider van de kleuterklas, die zo’n vreemde bromstem heeft, dat het lijkt of zijn stembanden ergens halverwege zijn neusholte zitten.
Halverwege duikt onze ober een steegje in. Hij denkt dat niemand hem ziet, maar ik heb hem in de gaten. En daar zoent hij een paar minuten met de serveerster van een nabijgelegen restaurant. Ah, de prille liefde. Ja, daar kunnen wij ons wel wat bij voorstellen.

Op de terugweg naar het appartement dwalen we door de afgelegen steegjes en volksbuurten. Lekker verdwalen met slechts een vaag idee waar we heen moeten. In één van die steegjes staan we plots voor een etalage met een weldaad aan schilderijtjes. Niet die standaardprenten die we overal aantreffen, inspiratieloze dingen die aan de lopende band worden geproduceerd, nee, échte kunst.
Naast me voel ik haar smelten. Haar kunstenaarshart klopt sneller. Vooral bij het schilderijtje daar in de hoek, die ene met die oranje lijst. De man in het winkeltje verkondigt vol trots dat zijn vrouw alle schilderijen heeft gemaakt. Hij glundert als we vertellen hoe origineel we haar werk vinden. Eindelijk een eigen stijl tussen al die pulp. Ik wijs naar het schilderijtje met de oranje lijst. "Doet u die maar," zeg ik tegen hem. En ik kijk haar aan. "Het is een cadeautje."

Boven ons zorgen kleine wolken voor een sprookjesachtige hemel (zie deze klik), maar wij maken liever ons eigen sprookje. Het met blauw papier ingepakte pakje houdt ze stevig in haar handen.

5 July 2006
By on 08:26