
‘Vrij en in Venetië’ vertelt het verhaal over mijn vakantie in Venetië, de stad waar achter elke met bloemen versierde vensterbank een complete wereld schuilgaat. In die stijl biedt deze cyclus voor iedere dag van de vakantie een doorkijkje.
Dit is een verhaal in negen delen. Hoe het begon, leest u in deel 1 (klik), deel 2 (klik), deel 3 (klik), deel 4 (klik), deel 5 (klik), deel 6 (klik), deel 7 (klik) en deel 8 (klik).
Vrij en in Venetië, woensdag 14 juni
Vandaag is het zover. Vandaag verlaten we het prachtige Venetië en vliegen we terug naar Nederland. Volgens haar zus, die intussen twee dagen thuis is, wordt het land geteisterd door een hittegolf. Wat temperaturen betreft, zullen we dus weinig verschil merken. De huisjes, steegjes en pleintjes, daarentegen…
Haar vader en zijn vrouw hebben vannacht ook in het appartement geslapen. Ze wilden ons immers fatsoenlijk uitzwaaien. Voor ons betekende dat een nacht op een luchtbed, iets wat ik niet meer had gedaan sinds het brugklaskamp van de middelbare school. Toen een ramp, ik deed geen oog dicht, maar nu geen enkel probleem. Liefde overwint zelfs luchtbedden.
Vanochtend heeft de vrouw van haar vader me meegenomen naar de plaatselijke apotheek. De plekken op mijn voeten zijn uitgegroeid tot vuurrode bulten die mijn enkels het uiterlijk geven van massieve boomstammen. Terwijl zij in het Italiaans het woord deed, hield ik hinkelend mijn sok naar beneden. De twee apothekers krabden eens goed achter hun oren.
Zulke plekken hadden ze ook niet eerder gezien, zeiden ze.
In gedachten ging ik terug naar twee dagen geleden, toen we ‘s middags een duik namen in de baai van Venetië. Vanaf het steigertje aan het muggeneiland konden we op de boot klimmen en vanaf het trapje aan de boot konden we ons zó in het blauwgroene water laten zakken. Zij ging eerst, ik volgde.
Althans, ik deed een poging. Want brrr, dat water was nog best koud.
"Kom op, niet zo treuzelen," riep zij, druk bezig met de rugslag.
Centimeter voor centimeter liet ik me zakken. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe zij haar baantjes naar de steiger verderop zwom, hoe ze onder water dook, hoe ze op haar rug ronddobberde en hoe ze de schoolslag in de praktijk bracht. "Lukt het vandaag nog, denk je?" joelde ze met een brede grijns om haar lippen.
Uiteindelijk lukte het. Voor mijn gevoel duurde het een uur, maar uiteindelijk lukte het. Ik zwom. Voor het eerst sinds een jaar of vijftien zwom ik. En ja, ik vond het heerlijk. Het water van Venetië omarmde me en ik liet me drijven tot ik ook door háár werd omarmd.
"Geweldig," fluisterde ze, "eindelijk iemand die nog langer aan koud water moet wennen dan ik!"
De apothekers haalden me uit mijn gedachten met een tube zalf. Dat moest ik drie maal per dag op mijn enkels smeren, dan zou het vanzelf overgaan. In de bijsluiter las ik echter een ingrediënt dat verdacht veel leek op iets wat ik tijdens mijn ziekte slikte en hoewel de apothekers mijn huidige medicijnen herkenden en me vertelden dat het in orde was, wilde ik geen risico nemen. Morgen eerst naar mijn eigen huisarts, besloot ik.
En nu, nu is het moment van het vertrek daar. Op Piazzale Roma nemen we afscheid van haar vader en wachten we op de bus die ons naar het vliegveld in Treviso brengt. Ik zie een traantje in haar ooghoeken, veeg het weg en ga naast haar op de stoep zitten.
De rest van de dag gaat in een waas aan ons voorbij. Eenmaal op het vliegveld maak ik mijn beltegoed op door het maken van een afspraak met de huisarts en blokkeert zij per ongeluk haar eigen telefoon omdat ze haar pincode niet meer weet. In het vliegtuig hangen we tegen elkaar. We zijn moe, hebben stiekem nu al heimwee naar al dat moois. Zeker wanneer we onder ons steeds meer wolken zien. Het zou toch een hittegolf zijn in Nederland?
Op Schiphol is het zestien graden. Het regent. De eerste koele dag.
In de aankomsthal kleden we ons om.
En in de trein naar huis neem ik een foto van ons laatste Italiaanse flesje water tegen de grauwgrijze achtergrond van het Hollandse landschap. Wanneer kunnen we terug? Stapelverliefd en op vakantie in Venetië, een beter recept had ik niet kunnen bedenken.